channel:2 ––  mailrubriek – laatste update 06-07-2018  – foto: Sander van der Bij

 

from:to

femke de vries

 

In deze mailwisseling spreekt about:blank met femke de vries over onder andere haar projecten, het onderzoek en proces daarvan en haar inspiratie.

 

 

 

 

18-05-2018

 

Hi Gisanne,

 

Dank voor je mail ☺

Het is inderdaad even geleden.

Ondertussen ligt de herdruk van Fashioning Value – Undressing Ornament al even in de winkel. Het is heel leuk om ‘m op verschillende plekken tegen te komen. Onomatopee, de uitgever, zorgt ervoor dat het essay internationaal verspreid wordt. Omdat Onomatopee zich richt op verdiepende designpublicaties; “Inspired by a DIY-attitude and a hunger for critical elevation, Onomatopee Projects discusses and mediates a habitual visual sanctuary of pop culture, power and other environments of visual consciousness’s alike”, heb ik hen ongeveer 4 jaar geleden benaderd met een voorstel voor dit essay. Onomatopee had destijds nog weinig mode-gerelateerde publicaties uitgebracht maar sindsdien lijkt dit een groeiende categorie te zijn. Ik ben blij dat mijn werk daar deel van uit mag maken.

 

​www.onomatopee.net

 

Wat betreft je vraag over ‘collecties’; Ik heb eigenlijk sinds het afronden van mijn master geen kledingcollecties meer gemaakt. Wel verzamel ik beelden en teksten, deze selecteer, categoriseer en herschik ik. Dat zou je ook een collectie kunnen noemen. Dit proces (het selecteren, categoriseren en herschikken) maakt verbindingen zichtbaar die je anders niet zou zien. Dus het maken van collecties is een manier waarop je betekenis kan ontrafelen en bepalen, en daarom wel een essentiële manier van werken voor mij.

Het maken van kledingcollecties, zoals ik dat geleerd heb op het Amsterdam Fashion Institute is nu eigenlijk niet echt meer echt van toepassing in mijn eigen werk. In mijn onderwijswerk is het echter wel heel relevant. Op de HKU begeleid ik op dit moment studenten in hun ontwerp-onderzoek en de vertaling naar een kledingontwerp, hetgeen in de mode vaak in serie-vorm gebeurt, ofwel in de vorm van collecties. Daarin is mijn persoonlijke ervaring in het maken van collecties heel belangrijk.

 

En dan je vraag over ‘schrijven als samenwerking’; Het is vooral zo dat als ik schrijf, er altijd een moment komt waarop ik de tekst met iemand anders deel. Ik vraag iemand om mee te lezen. Aan de hand daarvan ontstaat er een gesprek. Dit gesprek is essentieel voor de ontwikkeling van de tekst. Dus op deze manier is het schrijven een vorm van samenwerking.

 

Mijn werk voldoet niet aan de verwachte vorm voor mode en kan daarom op verschillende soorten plaatsen goed werken. Dat is echter niet iets dat ik bewust meeneem in de vorm die ik voor het werk kies. De vorm komt echt voort vanuit de inhoud van het onderzoek. Op dit moment verdiep ik me dus in taal en ik denk naast geschreven tekst aan een performance waarbij een tekst opgelezen wordt. Kenneth Goldmith schrijft in Uncreative Writing dat het uitspreken van een tekst een vorm van decodering is. Aangezien mijn werk gaat over demystificatie kan dit mogelijk een passende vorm zijn.

Het kiezen van een goede vorm voor het overbrengen van mijn werk vind ik echter wel één van de moeilijkste dingen. In bijna alle gevallen leen ik echter heel bewust vormen, kleuren en andere elementen uit bestaande dingen (kranten, magazines etc) met als doel om herkenbaarheid en tegelijkertijd vervreemding te creëren.

 

Dat mode in verschillende vormen plaats kan vinden is een belangrijke pijler van Warehouse. Het eerste event van Warehouse was de lancering van Press&Fold, een magazine door Hanka van der Voet (waar je het in je mail over hebt :). We hadden op die middag/avond een gesprek met Hanka, Beau Bertens (de vormgeefster) en Tenant of Culture (Hendrickje Schimmel) één van de contributors. Naast dit gesprek waren er werken van Hendrickje te zien. Anouk Beckers had kleding voor ons gemaakt en we mochten gebruik maken van de ruimte bij schoon den boer.

Het was een fijne avond en we waren echt onder de indruk van de opkomst. Veel fijne mensen, bekenden en onbekenden. En het magazine wordt gelukkig goed verkocht.

 

​www.thisiswarehouse.com

 

Het volgende Warehouse event zal plaatsvinden bij Walter Books in Arnhem waarbij we V*gue gaan lanceren. V*gue is een herinterpretatie van Vogue; het resultaat van een workshop met ArtEZ MA Fashion Strategy studenten waarin we een Vogue ontleed (letterlijk gedeconstrueerd), geanalyseerd en gereconstrueerd hebben vanuit het concept ‘luxury’. Het resultaat is V*gue, een alternatieve mode zine.

De studenten zullen tijdens het event bij Walter hun werk toelichten en daarnaast zijn er twee studenten van de Gerrit Rietveld Academie die hun afstudeerproject zullen laten zien waarbij ze ook een Vogue geanalyseerd hebben maar dan vanuit een andere invalshoek.

Het event zal zich dus richten op de kritische analyse van ‘het modemagazine’. Check @amsterdam.warehouse voor updates ☺

 

 

‘Printed matter’; een boek of een magazine, zijn voor mij belangrijke media. Het magazine is in mijn beleving een transformator die kleding in mode veranderd. Het vertaalt kleding naar beeld en tekst die los staat van het daadwerkelijke ‘dragen van het kledingstuk’. Op deze manier creëert het een bepaalde waarde of betekenis die los staat van de materialiteit van het kledingstuk. Dat klinkt misschien abstract…. Maar het modemagazine speelt een essentiële rol in mystificatie (alsmede in ‘disembodiment’ en ‘alienation’) in mode. Het magazine is dan ook de plek waar de systematiek van mode zichtbaar wordt. Daarnaast biedt ‘printed matter’ de mogelijkheid om tekst en beeld te combineren en op deze wijze echt theoretische verdieping en kritische reflectie te creëren en/of faciliteren.

 

 

Bij Warehouse hebben we nog geen programma vastliggen. Er zijn wel een aantal dingen die gaan komen, zoals V*gue, Monument (zine) en het nieuwe boek van Elisa van Joolen, maar we willen op dit moment ook flexibel zijn en open staan voor initiatieven van buitenaf. Dit is op een bepaalde manier ook noodzakelijk om in te kunnen spelen op het moment, op de gesprekken die plaatsvinden.

Deze samenwerking en Warehouse als platform zijn voor mij een heel logisch gevolg van intensief contact en gesprekken met mensen die ik waardeer en waarvan ik geloof dat ze een interessante en relevante kijk op mode hebben. Met deze stap valt alles op z’n plek en wordt de logica van de verschillende projecten en onderzoeken die we los van elkaar doen ineens sterk zichtbaar.

 

 

En als afronding, wel een goeie vraag: hoe ik mijn bronnen kies…

Het is een doorlopend iets. Door iets te lezen kom ik vanzelf weer nieuwe referenties/bronnen tegen. Ik heb natuurlijk wel een bepaalde interesse als startpunt, zoals mystificatie in mode, de connectie tussen mode en propaganda en kapitalisme. Hoe in mode magazines de emotionele waarde geadresseerd/benadrukt wordt i.p.v. van de materialiteit van kleding.

Dit leidt vervolgens weer tot een interesse in taalgebruik en linguïstiek, etc. etc ;-P

 

Ik heb m’n volgende trip naar het eiland alweer gepland ☺!

 

Groet!

Femke

 

 

 

---------

 

19-04-2018

 

Hoi Femke,

 

Het is even geleden dat je me hebt gemaild. Hoe loopt het met je herdruk? Fijn dat je via Onomatopee dit onderzoek kunt verspreiden. Hoe ben je eigenlijk met hun in contact gekomen?

 

Interessant en ook mooi om te lezen dat je tijdens je studie, waarin je collecties hebt gemaakt, hebt ontdekt dat je schrijven ook interessant vindt… en dat na de master de interesse naar tekst als materiaal is ontwikkeld. Heb je de laatste tijd naast het onderzoek, wat je nu voornamelijk doet, ook nog collecties gemaakt? En is de ervaring van het maken van collecties ook belangrijk voor je onderzoek nu? Het schrijven als samenwerking, kan je daar wat meer over vertellen? Wat bedoel je daar precies mee? Je uitleg over de projecten klinkt helemaal niet vaag overigens :)

Wat ik inderdaad bedoelde met ‘leent zich goed voor de beeldende kunst’ is dat de context van de beeldende kunst, zo’n projectruimte als NP3, interessant is. Hoe kies je de juiste vorm voor je wat je met het onderzoek wilt overbrengen / presenteren?

 

Mooi dat de samenwerking met Elisa en Hanka uiteindelijk in het platform Warehouse is vormgegeven. Je zegt dat het net van start is, hoe zijn de eerste events verlopen? Via de Instagram van Warehouse kwam ik bij het magazine Press & Fold en zag dat het een Warehouse production is. Vinden jullie het belangrijk om deze kritische reflectie, naast de events en online, ook fysiek te verspreiden in een eigen magazine? Of boekvorm? In je andere projecten wordt het onderzoek gebundeld in boekvorm. Wat betekent het boek als medium voor jou? En hoe ver gaan de mogelijkheden voor jullie eigenlijk voor het faciliteren van die kritische reflectie? Zit daar een grens aan? Ik kan me ook voorstellen, doordat het net van start is, dat de alles nog open ligt en zich door het gesprek met elkaar ontwikkelt of hebben jullie al een heel programma vast staan? Als ik zie met about:blank hoe we zijn begonnen en waar we nu zijn is het vooral een gesprek dat continue ontwikkelt. Soms ontstaan er nieuwe inzichten waardoor er onderdelen bijkomen en we andere weer afstoten.

Wat betekent deze samenwerking (en het platform) voor jouw zelfstandige praktijk? Waar ik ook wel benieuwd naar ben is hoe je je bronnen vindt en kiest en welke keuze hierin belangrijk is. In een eerdere mail heb je het bijvoorbeeld over het boek PR, A Social History of Spin van Stuart Ewen die je hebt gelezen in IJsland. En over bronnen en referenties die je gebruikt die niet perse uit de mode komen. Ben je hier gericht naar op zoek of kom je ook veel tegen zonder dat je zoekt?

 

Een eiland in Canada B.C. klinkt echt fantastisch! Ik ben er nooit geweest, maar voor zover ik kan vinden lijkt het erg mooi en fris (niet koud, maar heerlijke frisse lucht! Vooral op deze warme dag dat ik dit typ kan ik daar wel naar verlangen :) Binnenkort nog een tripje op de planning?

 

Ik kijk uit naar je reactie!

 

---------

15-02-2018

 

Hi Gisanne,

 

 

Dank je!

De herdruk van Fashioning Value - Undressing Ornament is vooral veranderd qua vormgeving en ik heb een aantal nieuwe afbeeldingen toegevoegd die het verhaal naar mijn inzicht sterker illustreren. Bij deze wat foto’s van het nieuwe ontwerp:

Mijn nieuwe project Garment Grammar ligt sterk in het verlengde van Fashioning Value – Undressing Ornament. Beide benaderingen gaan over mystificatie en disembodiment in mode. In Fashioning Value – Undressing Ornament heb ik me niet specifiek op taal gericht maar op waarde productie in mode. De productie van symbolische en emotionele waarde, in de vorm van merkideniteiten bijvoorbeeld, en hoe deze waarde als ornament toegevoegd wordt aan kleding maar ook hoe deze symbolische waarde juist de essentie is van mode en het kledingstuk slechts een prop die ervoor moet zorgen dat deze waarde aan te kopen is zodat we ons ermee kunnen vereenzelvigen. Deze verschillende perspectieven neem ik in aan de hand van theorieën over ornament die vooral in architectuur en design gebruikt worden.

Deze vorm van mode, waarbij de nadruk licht op symbolische en vooral emotionele waarden zorgt voor een acceleratie in het verbruik en dus consumptie van mode. Eenvoudig gezegd: ook al is het kledingstuk nog heel, niet kapot, verlangen we naar een 'nieuwe’ gevoel en kopen we dus weer nieuwe kleding.

 

 

Bij deze een link naar Clothes Are Souvenirs, een excerpt van Fashioning Value – Undressing Ornament:

http://www.femkedevries.com/wordpress/wp-content/uploads/2017/04/Clothes-are-Souvenirs-by-Femke-de-Vries-published-in-KABK-magazine.pdf

In mijn nieuwe onderzoek Garment Grammar ga ik specifiek in op de rol van taal in deze waardeproductie en mystificatie. In mode magazines heeft er rond 1800 bijvoorbeeld een verschuiving plaatsgevonden van een taalgebruik waarin de daadwerkelijke eigenschappen van een kledingstuk beschreven wordt (de lengte van de jurk etc.) naar een sferische omschrijving. Deze type beschrijvingen dragen bij aan de manier waarop we mode ervaren. Hieronder een voorbeeld.

 

De tekst creëert een verhaal dat ervoor zorgt dat het beeld/de kleding een nieuwe betekenis krijgt die niet in de kleding zelf zit. Ik hoop dat dit niet te vaag klinkt :)

Deze interesse in taal (als betekenisgever of als materiaal) heb ik niet altijd gehad. Ik ben opgeleid tot modeontwerper, echt het ontwerpen van modecollecties. Tijdens mijn afstuderen aan mijn bachelor opleiding kwam ik er achter dat ik net zoveel plezier had in het schrijven van mijn scriptie als in het maken van de collectie. Daarbij ging het nog niet eens om het schrijven op zich maar het doen van onderzoek. Mijn interesse in tekst als materiaal is eigenlijk pas een paar jaar na het afronden van mijn master ontstaan. Ik ben ook niet perse een goede schrijver en doe het puur op gevoel. Het schrijven is ook altijd een soort samenwerking.

 

Ongeveer een jaar geleden had ik inderdaad een expositie, workshop en lezing bij NP3 van mijn project Dictionary Dressings. Ik vind het fijn om op verschillende soorten plekken te exposeren/tonen. Dit ook om mode uit haar self referential system te halen. Mijn werk is ook niet echt mode, ik maak geen mode, daarom kan ik ook niet echt aansluiting vinden bij mode instituten, maar het is ook geen kunst. Niet voor zover ik weet. Dit grijze gebied maakt mijn werk soms moeilijk grijpbaar maar daardoor ook te plaatsen in verschillende contexten.

 

Bij deze een link naar een interview met Kunstspot. http://www.kunstspot.nl/verhaal/dictionary-dressings-kleding-ontdoen-van-mode/ waarin Karlijn Vermeij en ik het hebben over het werk en de expositie (het tonen van mode in een kunst-context).

 

Wat betreft kritische reflectie in mode: Het ontbreken van een kritisch mode discours is geworteld in de intrinsieke connectie tussen mode en commercie. Economische belangenverstrengeling zorgt ervoor dat een kritisch discours, zoals we dat uit andere vakgebieden (literatuur, architectuur, fotografie) kennen, ontbreekt.

Met Warehouse proberen we inderdaad kritische reflectie in mode te faciliteren. Ik heb Hanka ontmoet bij ArtEZ Fashion Masters en Elisa in Beijing. We zijn alle drie op onze eigen manier werkzaam in het vakgebied en werken daarnaast alle drie in het onderwijs. We hebben de afgelopen jaren op verschillende manieren samengewerkt maar nu besloten om dit een duidelijkere vorm te geven.

 

IJsland was inderdaad perfect om me terug te trekken. Het staat inderdaad bekend als een tolerant, veilig en vriendelijk land. Ze staan bekend om goed onderwijs en de gelijke behandeling van mannen en vrouwen. Een vriendin van me zei dat ik wel mocht gaan omdat het moordcijfer daar het laagst is haha.

Ik ga inderdaad graag voor korte periodes naar afgelegen rustige plekken. Ik woon in Amsterdam en vind dat echt fijn maar ben eigenlijk ook echt een natuurmens en heb een soort vacuüm nodig om me te kunnen concentreren. Ik ben twee zomers achter elkaar naar een klein eiland in Canada B.C geweest en heb het gevoel dat ik daar nog heel vaak naartoe zal gaan.

 

Mijn werk in het onderwijs is intensief en speelt inderdaad een belangrijke rol in mijn eigen werk. De connectie tussen mode en andere theorieën/perspectieven heb ik zelf tijdens mijn opleiding gemist. Je kan mode niet als eiland benaderen. Het is namelijk sterk verankerd in sociaal maatschappelijke, politieke en economische systemen. Door deze perspectieven aan te bieden hoop ik dat studenten de rol van mode in relatie tot een bredere sociaal maatschappelijke context beter kunnen begrijpen en op deze manier na kunnen denken over alternatieven.

 

 

Groet!

Femke

 

---------

01-02-2018

 

Hoi Femke!

 

Bedankt voor je mail! Wat goed om te horen van je herdruk en de subsidie van het Stimuleringsfonds!

Gefeliciteerd!

 

Er zijn dus veel ontwikkelingen gaande. Is er een grote verandering geweest in de herdruk? En met je nieuwe project Garment Grammar richt je je dus op de communicerende / PR taal, in Fashioning Value – Undressing Ornament meer de betekenis en ontleding van woorden in de mode als ik het goed omschrijf, kwam je interesse voor taal tijdens je studie ook al naar voren of ben je als maker begonnen? Een tijdje terug had je een expositie in Groningen, bij Np3, een instelling voor hedendaagse kunst. Je werk leent zich heel goed voor de beeldende kunst, is dat omdat je daardoor veel meer de kritische reflectie kan laten zien? Wordt je werk ook gezien in de wereld van de mode(instituten)? Je hebt samen met Elisa van Joolen en Hanka van der Voet het platform Warehouse opgezet. Is kritische reflectie iets wat jullie missen binnen de modewereld? En hoe hebben jullie elkaar leren kennen?

 

IJsland klinkt inderdaad als de perfecte plek om je even terug te trekken. Ik heb gehoord dat het daar zo rustig en vertrouwd is dat ouders hun kind buiten laten staan in de kinderwagen bij bijvoorbeeld een koffietentje, omdat frisse lucht gezond is…. Ben je vaker naar zo’n locatie geweest om je terug te trekken en gebruik je een residency ook als middel om weer terug te gaan naar het onderzoek? Ik kan me voorstellen dat je wel behoefte hebt aangezien je met veel onderwerpen bezig bent. Het onderwijs doe je er ook niet zomaar bij natuurlijk. Je geeft overigens aan dat je een ander perspectief wil bieden aan studenten, hoe ervaren zij zelf deze connectie met onderwerpen zoals politiek of economie? En is dit iets wat je zelf op de academie al kreeg of heb je dat juist gemist?

 

Ik kijk uit naar je reactie!

Vind je het overigens goed dat we het eerste deel van onze mailwisseling al online gooien?

 

 

Groet!

 

 

 

---------

28-01-2018

 

Hi Gisanne!

 

 

Here we go:

 

Eerst een korte introductie: In mijn werk richt ik op de interactie tussen kleding (als materiaal en gebruiksvoorwerp) en mode als proces van waardeproductie. Daarbij kijk ik naar communicatieformats, culturele referenties en materialiteit. Ik probeer technieken van mystificatie en hiërarchieën in mode zichtbaar te maken door lagen van betekenis af te pellen en de waarde, tactiliteit en vorm van deze lagen te onderzoeken. Dit breng ik samen in tekstuele en textiele werken alsmede lesprogramma’s.

 

 

Ik was in IJsland voor een korte residency gericht op onderzoek. Ik verbleef in Ísafjörður, de hoofdstad van de Westfjorden. Het is een klein stadje in een fjord en dus omringt door steile, rotsachtige besneeuwde bergen. Soms was het heel helder en kleurde de lucht roze en paars maar soms sloeg het weer razendsnel om in een ijzige sneeuwstorm. Het was de perfecte plek om me even terug te trekken en te concentreren.

 

Vlak voordat ik vertrok had ik te horen gekregen dat mijn subsidieaanvraag bij het Stimuleringsfonds voor het project Garment Grammar (werktitel) toegekend was.

Garment Grammar is een project waarbij ik me op tekst in mode richt. In mode en modecommunicatie ligt de nadruk op beeld/visuals terwijl ik van mening ben dat taal in mode een sterke tool is om betekenis mee te creëren. In een magazine bepaalt het bijvoorbeeld hoe we een beeld ‘lezen’. Daarnaast heeft tekst in mode een bepaalde vorm (syntax, woordkeuze etc.), origine en interactie met beeld waarin een link te vinden is met economie, sociologie en politiek. Met dit onderzoeksproject wil ik me verdiepen in vormen van tekst en de dynamiek tussen beeld, tekst en kleding (written clothing - real clothing - image clothing…een rebus zoals Roland Barthes dit beschrijft) als een approach waarmee ik op een speelse manier vragen rondom mode als een systeem van waardeproductie wil ontrafelen, decoderen en onze rol als maker en gebruiker erin wil bevragen.

In mijn praktijk is er een sterke interactie tussen theorie en praktijk. De eerste stap is meestal theoretisch. Tijdens mijn verblijf in IJsland heb ik vooral veel gelezen over pr, bijvoorbeeld het boek PR, A Social History of Spin door Stuart Ewen. Hij beschrijft hoe journalistiek zich langzaam vermengde met propaganda, zoals dit ontstaan is in de oorlog, en hoe dit vervolgens geleid heeft tot pr. Hij begint het boek met een beschrijving van zijn ontmoeting met Edward Bernays. Edward Bernays is de grondlegger van branding zoals we dat vandaag kennen. In dit boek wordt ook mooi aangegeven wat ten grondslag lag aan Bernays' ideeën, de aanloop naar zijn benadering. Belangrijk is dat Bernays de inzichten van zijn oom Sigmund Freud (de rol van het irrationele / het onderbewustzijn e.d.) inzette om 'het publiek' te beïnvloeden.

​In mij essay Fashioning Value – Undressing Ornament (2015, Onomatopee) heb ik dit ook aangestipt maar wil me daar in dit project verder in verdiepen. Naast over PR heb ik gelezen over Metamodernism en Liquid Modernity met als doel om het huidige taalgebruik in de mode in de tijd en context te plaatsen.

 

Het werken aan Garment Grammar heb ik afgewisseld met het editen van de teksten voor Portal 001, een zine door Elisa van Joolen en MA Fashion Strategy studenten.

”For PORTAL I worked with students from the MA Fashion Strategy programme of ArtEZ University of the Arts to research the economic, social and emotional value of clothing worn by visitors of the ‘Change the System’ exhibition at Museum Boijmans van Beuningen
in Rotterdam.”  (Joolen, E van (2018) Portal 001)

Portal is tevens het eerste project dat onder Warehouse valt. Warehouse is een platform voor kritische reflectie in mode dat ik samen opgezet heb met Elisa van Joolen en Hanka van der Voet. Het is echt net van start!

 

Check: www.thisiswarehouse.com en amsterdam.warehouse op Instagram.

En natuurlijk heb ik in IJsland aan onderwijs gewerkt. Mijn werk in het onderwijs is sterk verbonden aan mijn praktijk. Niet alleen omdat ik het veel doe, lesgeven en onderwijsontwikkeling, maar ook omdat ik onderzoeksgerichte vakken geef waarbij ik praktijk met theorie combineer. Zoals ik in mijn eigen praktijk doe. Onderwijs vergt veel organisatie op het gebied van onderwijsontwikkeling en organisatie. Voor het vak Fashion Theory dat ik geef bij de MA ArtEZ Fashion Strategy, heb ik gewerkt aan een onderwijsprogramma waarbij we mode vanuit drie thema’s gaan benaderen: The New, The Commodity en The Original. Per les lezen en bespreken we teksten, kijken we documentaires, en werken de studenten aan een paper.

 

In mijn onderwijswerk vind ik het belangrijk om bronnen/referenties te gebruiken die niet perse uit de mode komen zodat de studenten een ander perspectief ontwikkelen en we uit een soort ‘self referential system’ kunnen stappen. Vandaar dat ik regelmatig teksten gebruik uit de economie, filosofie, politiek, industrie.

Oh en niet te vergeten, in IJsland heb ik aan de herdruk van Fashioning Value – Undressing Ornament gewerkt. De eerste editie is gepubliceerd in het najaar van 2015 maar was sinds afgelopen zomer uitverkocht. De herdruk is vormgegeven door Hans Gremmen en ook deze keer weer uitgegeven door Onomatopee.

Naast mijn werk heb ik in Ísafjörður veel tijd doorgebracht in het zwembad :) Het is een heel klein zwembad met een hot tub en koffiehoek (lees: een plastic tafel met vier stoelen) waar je in je badkleding koffie kan drinken en zo weer het zwembad in kan stappen.

 

 

 

Liefs

 

Femke

 

 

----------------------

18-01-2018

 

Hoi Femke,

 

Je bent inmiddels weer in Nederland begrijp ik. Ik zag de mailwisseling tussen jou en Ellen, goed idee om het gesprek via de mail te doen. We zetten ons gesprek als mailwisseling op de site als je dat goed vindt. Hoe was IJsland? Kan je wat meer vertellen over wat je daar deed.. Met een korte introductie over wie je bent en wat je doet?

 

 

Groet!

Gisanne

 

info@aboutaboutblank.info      www.facebook.com/aboutaboutblank     www.instagram.com/aboutaboutblank      met dank aan: kunstraad groningen